Ensemble voor middeleeuwse muziek
play
pause
0:00/0:00
volume down
volume up
 
 

Het Theophilus Orgel en het Carillon in Marsum


Winold van der Putten baseerde zich bij de reconstructie op vele bronnen en gesprekken, met name met Jankees Braaksma, de leider van Super Librum, ensemble voor middeleeuwse muziek. De belangrijkste uitgangspunten voor de bouw van het instrument zijn twee oude teksten: 'De fistulis Organis' ('Over Orgelpijpen') van een 10de-eeuwse anonieme auteur uit Bern, en het traktaat 'Schedula Diversarum Artium' ('Overzicht van de Verschillende Kunsten'), tegen het einde van de 11de eeuw geschreven door de Benedictijner monnik Theophilus. Een fraaie afbeelding uit het Rutland Psalter, ook wel bekend als het Belvoir Castle Psalter uit circa 1260 (British Library MS add. 62925) is de belangrijkste bron voor het uiterlijk van het orgel.
De intrigerende klank van het orgel, mild en iets hees, is het resultaat van een heden ten dage ongebruikelijke wijze van pijpen maken, gebaseerd op één enkele conische basisvorm. Hierdoor zijn de grote pijpen betrekkelijk 'nauw', zodat ze boventoonrijk klinken, en de kleinere pijpen zijn relatief 'wijd' zodat hun grondtoon meer aan bod komt. Per toets zijn er twee houten pijpen, elk met hun eigen toonhoogte, met een kwint verschil tussen beide pijpen. Beide tonen versmelten zodanig met elkaar dat er per toets één klank wordt voortgebracht.
Het uiterlijk van het orgel wordt voor een groot deel bepaald door de wijze waarop de windvoorziening is gemaakt. Op elk van de korte zijden van de windlade liggen twee grote balgen: 'geminos folles' (tweelingbalgen). Het orgel is gemaakt van platanenhout, en is geschilderd in de kleuren die het Rutland Psalter toont, met verf op lijnoliebasis, zoals Theophilus voorschrijft.

Het middeleeuwse carillon
Simon Laudy van de Klokken- en kunstgieterij Reiderland bouwde in 2006 dit unieke middeleeuwse carillon voor ensemble Super Librum, als aanvulling bij het middeleeuws orgel. Bij het vervaardigen van de 14 bronzen klokken, liet Laudy zich net als bij de bouw van het orgel, leiden door het traktaat van de Benedictijner monnik Theophilus uit de 11e eeuw. Het uiterlijk van orgel en de ombouw voor de klokken zijn gebaseerd op een afbeelding uit het Rutland Psalter, een middeleeuws psalmenboek van circa 1260. De tonen van het carillon: C, D, E, F, Fis, G, A, B, H, c, d, e, f, g. Carillon en orgel zijn exact op elkaar afgestemd, in pythagoreïsche stemming. De klokken kunnen worden bespeeld door een of twee klokkenisten. Het carillon kon worden gerealiseerd door de bijdragen van de Stichting Fonds Familie Van Beek, Stichting Klaas Dijkstra Fonds, Simon Laudy en Orgelmakerij van der Putten. Dankzij de welwillende medewerking van de Stichting Oude Groninger Kerken hebben de klokken eveneens een vast onderkomen gekregen in het koor van de 12e-eeuwse kerk van Marsum.

Klankvoorbeelden van dit carillon kunt u beluisteren in 'Anna' van componist Peter Lunow en 'Estampie' geschreven door Jankees Braaksma op de Media pagina op deze site.

Onderzoek naar vroege orgelmuziek
De vroegste bronnen waaruit blijkt dat de Middeleeuwen een rijke orgeltraditie kenden, zijn aangetroffen in het noorden van Nederland en Duitsland. De weinig omvangrijke maar belangrijke orgeltabulaturen uit Winsum (1431) en Oldenburg (1448) bevatten een aantal omspelingen van de propriumgezangen, de vaste onderdelen van de mis: Kyrie, Credo, Agnus Dei. Deze in Europa (en dus in de gehele westerse muziekcultuur) unieke manuscripten wijzen ons op het bestaan van een Noordelijke middeleeuwse orgeltraditie op basis van improvisatie (met een aanwijsbare unieke 'regionale' stijl). Het fundament van de 'Groningse' (internationale) orgeltraditie werd hiermee gelegd.

Dank zij dit fraaie Theophilus orgel (de eerste goed bespeelbare reconstructie van een dergelijk middeleeuws orgel) zal het onderzoek naar de vroegste orgeltraditie en gregoriaans een nieuwe fase ingaan. De Stichting Super Librum zal aan dat onderzoek zijn bijdrage leveren met concerten, Cd's, symposia, masterclasses, publicaties, lezingen en lessen.

Jankees Braaksma, artistiek leider van Super Librum geeft concerten, demonstraties met lezing en lessen op het orgel.

Gebruik Theophilus orgel voor concerten en studie
De Stichting Super Librum stelt andere ensembles en individuele musici graag in de gelegenheid het orgel veelvuldig voor concerten te gebruiken.

Over de mogelijkheden kunt u contact opnemen: contact

Orgelmakerij Van der Putten
Het Theophilusorgel werd door Orgelmakerij Van der Putten in 1999 gebouwd in opdracht van het Drents Museum te Assen, de Stichting Super Librum, en het Organeum te Weener (Duitsland). Het orgel kon mede door de bijdragen van het Anjerfonds, het VSB-fonds, het J.B. Scholtenfonds en Orgelmakerij Van der Putten worden gerealiseerd. De Stichting Fonds Familie van Beek stelde de Stichting Super Librum in 2001 in staat het instrument in eigen bezit te krijgen. De Stichting Oude Groninger Kerken heeft vanaf 2001 aan de Stichting Super Librum de 12de-eeuwse kerk van Marsum ter beschikking gesteld als definitief onderkomen van het Theophilusorgel.